Sake Square, kersenbloesem, examenresultaten
29 maart 2026

Sake Square in Nagoya is een driedaags evenement waarbij 90 verschillende sakebrouwers hun waren laten proeven
Op de eerste dag van de lente gedurende het lange weekend van Shunbun no Hi, krijgen sakebrouwers uit de provincies Aichi, Mie en Gifu de gelegenheid om hun waren te tonen aan het publiek. Als het dan ook nog prachtig weer is, is succes verzekerd.

In dit lange weekend dat volgt op Shunbun no Hi, de feestdag die de lente inluidt, zijn er door heel Japan festivals en evenementen. Mijn doel op deze zaterdag was Nagoya. Een van de eerste dingen die me weer opviel, was hoe prachtig die zwarte den vlak bij mijn huisje er in de ochtendzon bij staat. Het is grappig dat je daar al maanden langs loopt, en dat het je elke keer weer treft.
Wat voor mij ook bijzonder blijft, is dat in Okazaki bewegwijzering onder andere op stations naast in het Engels ook in het Portugees is. In de ‘provincie’ Aichi, waarin Okazaki ligt, wonen veel Japanners van Braziliaanse afkomst die vooral werken in de auto-industrie, met name in Toyota City hier 35 km vandaan. In de vorige eeuw emigreerden veel Japanners naar Brazilië, waar de grootste Japanse gemeenschap is buiten Japan. Hun nakomelingen keerden later weer terug naar het land van hun voorouders en vestigden zich met name in Aichi.

De Special Rapid trein naar Nagoya die er 31 minuten over doet, omdat het een sneltrein is, was op deze vroege zaterdagochtend al overvol. Het station dus ook. Je kon er over de hoofden lopen. Tot mijn verbazing zag ik op het perron nog echte telefoons staan, waar je muntjes in moet gooien.

Het doel was Sake Square. Een evenement van drie dagen, dit keer in Yaba Park, waar zo rond de negentig sakebrouwers hun waren aanbieden. Je koopt (voor omgerekend ongeveer € 20) een soort toegangsbewijs in de vorm van een polsbandje dat drie dagen geldig is. Je krijgt er een choko (een klein sakeglas) bij en tien muntjes om de te proeven sake’s te betalen. Met dat polsbandje kun je extra muntjes bijkopen. Elke dag wisselen de sakebrouwers zodat iedereen aan de beurt komt. En dit zijn alleen nog maar de brouwers uit de drie omliggende provincies Aichi, Gifu en Mie. Er zijn bezoekers die elke dag uit een enorme catalogus bijzondere sake's selecteren om te proeven.
Ik proefde er die dag vijf. Onder andere Pinky Tiggy, een bijzondere, frisse, zoetzure sake, eigenlijk meer een cocktail, die een mengsel is van nigori (troebele, melkachtige sake), umeshu (‘pruimen’sake) en rosella (hibiscus). Het heeft een beetje een prikkel en weinig alcohol. Echt heerlijk om de proefsessie mee te beginnen. Ook een jonge sake van Moriki Sake Brewery, die in Nederland wordt geïmporteerd door Yoigokochi, was niet te versmaden. Dat schiep meteen een band. Met die muntjes kun je gelukkig ook iets te eten kopen. Je schuif aan lange statafels aan. Volgens mij was ik de enige buitenlander die er rondliep. Helaas ging het op de terugweg mis. Terwijl ik op een van de ondergrondse stations stond te wachten, gingen er allemaal belletjes af. Er was ergens op een tussenstation een ongeluk gebeurd. Dat werd dus met een andere metro naar een ander station. Na een lange dag, vermoeiend omdat het best flink warm was geworden, zit je daar niet op te wachten. Uiteindelijk kwam het allemaal goed en was ik tegen het eind van de middag terug in Okazaki.

Als er nauwelijks meer iets te eten in huis is, ga je naar de supermarkt in Wing Town, een klein winkelcentrum. Bij Doutor, een koffierestaurant, trakteerde ik mezelf op een heerlijke, verfrissende ijskoffie. Uiteindelijk had ik bij elkaar een kleine tien kilometer gelopen, dus de rest van de avond werd niks anders dan een beetje klungelen en televisie kijken.

Het begint echt lente te worden. Zo links en rechts in tuinen en perken gaat er van alles te bloeien, onder andere iets geels wat ik nog nooit had gezien. Het bleek een winter toverhazelaar te zijn.

Bij de slijter in Aeon winkelcentrum, kun je als in een soort loterij voor ongeveer € 12 een van de 72 dozen kopen (roze want lente en kersenbloesemtijd) waarin een fles sprankelende wijn zit. In één van die dozen zit een fles Dom Pérignon en in één een fles rosé champagne van Marie Stuart (volgens mij bij ons minder bekend). In die andere 70 dozen zitten minder bekende grootheden.

De schrijftest liet een ander beeld zien. Daarvan was ongeveer 70% geslaagd. Tot mijn verbazing was ik geslaagd met een score van 80%.

’s Avonds koken op de vierkante centimeter is heerlijk ontspannend. Mijn magere versie van tonkatsu, een soort Wiener schnitzel, maar dan anders, was goed gelukt. De tweede tonkatsu ging met de zelfgemaakte tonkatsusaus (het gerecht met saus staat op pagina 156 van mijn kookboek) tussen twee dikke sneden shokupan de volgende dag mee naar school als lunch.
Een oefening op school met betrekking tot het vragen van een gunst aan je meerdere, bracht me op het idee om de oefening om te zetten in werkelijkheid en donderdag vrij te vragen in verband met de voorbereidingen van mijn reis terug naar huis. Het voelde een beetje ondeugend en tegelijk bevrijdend. Dansend liep ik uit school terug naar mijn huisje in Fubukicho. Wat zal ik het gaan missen! Zelfs in mijn prachtige, ruime, fantastisch ingerichte en uitgeruste huis in Nederland.
Aan het (kunstmatige) meer zie je de eerste kersenbloesems uitlopen.

De laatste echte schooldag voor mij werd dus woensdag, en ook die dag had me achteraf gestolen kunnen worden.
Ik was er met mijn hoofd niet bij. Een ander meisje in onze klas had hetzelfde. Ze zat met haar lijf nog in Okazaki, maar was met haar hoofd en haar hart al bij haar familie in Taiwan. Dit keer had ik geen presentjes uit Nederland meegenomen voor mijn studiegenoten en leerkrachten. In plaats daarvan had ik een matcha-cake in de rijststomer gemaakt, die ik in de pauze in nette puntjes aanbood. Voor de leerkrachten had ik een lokale traditionele versnapering gekocht.
Het was een sombere dag en het regende pijpenstelen. Mijn bureaulamp begaf het. Hoeveel tekens wil je hebben dat het tijd is om weg te gaan?
En dan hoor je de Shuwa wagen voorbij komen met het ‘vrolijke’ liedje waaraan je ze herkent. Shuwa is een bedrijf dat kerosine levert aan huishoudens. Langzaam rijden ze door de straten om iedereen de kans te geven om ze aan te houden. Ongeveer zoals vroeger bij ons in Amsterdam de ijscoman voorbij kwam of in de Jordaan de man met het Amsterdamse tafelzuur. Wanneer je die hoorde rende je naar buiten. Hier ren je naar buiten om de kerosineman aan te houden. Kerosine wordt hier in gewone huishoudens gebruikt als brandstof voor verwarming, verlichting en soms ook om op te koken. Centrale verwarming is hier nauwelijks bekend, huizen zijn over het algemeen niet goed geïsoleerd en verwarming op kerosine is blijkbaar efficiënter en goedkoper dan elektrisch, hoewel het ook weer gevaarlijker is in verband met koolmonoxidevergiftiging en dat soort dingen. Het Shuwa bedrijf heeft overigens een overeenkomst met de overheid dat ze bij een calamiteiten zoals aardbevingen, overstromingen of iets dergelijks brandstof leveren om de gemeenschap te kunnen laten doordraaien.
Donderdag was mijn spijbeldag. Op weg naar de Botanische tuinen in Nagoya stapte ik uit bij het station Hoshigaoka, dat ligt in een leuke wijk met allerlei ‘verantwoorde’ winkels op gebied van kleding, huishoudelijke dingetjes en eten en drinken. Er is zelfs een kleine Mitsukoshi (bekend Japans warenhuis). De tuinen zelf zijn prachtig aangelegd met heuvels en paadjes. Soms heb je gewoon heel even de illusie dat je ergens buiten in de bergen loopt.
Het doel hier waren de ruim 1200 kersenbloesembomen in allerhande soorten inclusief ‘treurende’ die voor een gedeelte een soort roze bloeiende tunnel vormden. En natuurlijk staan er nog veel meer bloeiende struiken en planten.
Zelfs op donderdag was het al best druk, en dat geeft een idee over hoe het in het weekend zal zijn, wanneer er ook food trucks en dergelijke staan. De bloeiende bomen zijn mooi, maar het haalt het niet bij Inuyama met zijn kasteel, waar ik jaren geleden eens was, en in Osaka langs de rivier een jaar of vier, vijf geleden. Bovendien als het eenmaal bloeit, is ons eigen Okazaki kasteel ook niet uit te vlakken. Daar begint het weekend van 27 maart een festival met verlichting, dus ik ben benieuwd.

Op de terugweg ging ik eerst naar de Osu Kannon tempel, die er met die verschillende kleuren kersenbloesem prachtig bij ligt. Takoyaki eten bij mijn favoriete tentje ging helaas niet door. Ze waren dicht! Zeker ook een spijbeldag.
In een goedkope supermarkt zag ik weer die stukken kippenkraakbeen liggen, die hier apart worden verkocht, net als pakjes met alleen kippenvel. Dat kraakbeen moet bij het grillen of bakken knapperig worden, maar ik heb nog niet ontdekt dat het lekker kan zijn. Kippenvel, in onze Westerse wereld al een tijdje omarmd door sterrenchefs, is in Japan een geliefd onderdeel net als het kraakbeen van yakitori.

Vrijdag de grote dag met de uitslagen van de examens. Bij binnenkomst kijkt een strenge man je aan. Waarschijnlijk een van de oude Hattori’s. Ik kon geen naam bij het beeld ontdekken. Yamasa werd in 1989 opgericht door de Hattori Foundation (1919), die actief zijn in de regio op onder andere educatief gebied.
Die uitslagen zijn soms anders dan je had verwacht en voelden in eerste instantie, vooral na drie maanden hard studeren, teleurstellend. Bij nader onderzoek blijkt het prima te zijn, je moet er alleen even voor gaan zitten om het allemaal te begrijpen. Het zeshoekige ‘spinnenweb’ waarop je meteen kunt zien of je vooruitgang hebt geboekt (of niet), is vervangen door ingewikkelde schema’s en systemen die nauwelijks te volgen zijn. Bovendien zijn ze in zulke kleine lettertjes geschreven dat je zelfs in je eigen taal moeite zou hebben om het te ontcijferen, laat staan in het Japans met heel veel kanji erin.
De grammatica uitslag is al even lastig, want ook al heb je op ons niveau slechts 40% correct, dan ben je nog geslaagd. Maar het eerste wat je ziet is het percentage en dan pas die groene markering met ‘goed’. Alle niveaus krijgen namelijk dezelfde 200 vragen. Voor ons betekent dat, dat je voor de helft ongeveer vragen krijgt over dingen die je nog helemaal niet weet. Alleen de hoogste niveaus, die alle stof hebben gehad, moeten minimaal 60% halen.
Voor de spreektest krijg je het meest ingewikkelde schema op A3-formaat met scores over die ene minuut die je alleen moest spreken en de rest over die ruim 10 minuten dat je samen een gesprek moest voeren over een onderwerp dat je pas bij het afnemen van de test te horen krijgt (zodat je je daar niet op kunt voorbereiden). Op sommige punten moest ik verbeteren (ingewikkelder woordgebruik toepassen en ingewikkeldere zinnen maken met moeilijkere grammatica) en op andere punten was het prima. Zelfs als je overal gemiddeld scoort, passend bij het niveau, kan de eindscore die gaat over de totale communicatie, begrijpen en begrepen worden, gewoon twee niveaus hoger zijn. Een soort van 2+2=6. Wat ook weer niet helemaal gek is, als je erover nadenkt. Volgens onderzoek bestaat verbale communicatie voor 55% uit houding, 38% uit stemgebruik en voor slechts 7% uit woorden.

Er zwaaiden omgeveer 30 studenten af, van wie allemaal wordt verwacht dat ze iets zeggen. Dan is het handig als je je speech kort houdt. Dat had ik inderdaad gedaan en ik eindigde met een haiku. Een haiku is een Japans gedicht, dat niet rijmt, van drie regels met 5-7-5 lettergrepen. Met die paar woorden zet je het gevoel van dat moment neer. Soms met een dubbele bodem. Het gaat vaak over de natuur, de seizoenen, en het gewone dagelijkse dingen.
太陽の
春のぬくもり
雨が降る
taiyou no
haru no nukumori
ame ga furu
Vertaald ongeveer:
in de omarming
van de warme lentezon
gaat het regenen
Dit jaar was qua ervaring het minst leuke en gevoelsmatig het meest onprettige. Wel heb ik het hardste gestudeerd en ben ik het meeste vooruit gegaan. Eigenlijk heb ik me zelden zo niet verbonden gevoeld.
Bij de afscheidsceremonie bijvoorbeeld kwam er op twee na, niemand uit mijn klas gedag zeggen. Ook als je niet bij elke driemaandelijkse diploma-uitreiking wilt zijn, wat ik me heel goed kan voorstellen als je hier langer studeert, kun je volgens mij wel minimaal de beleefdheid hebben om vóór de uitreiking iemand gedag te zeggen. Misschien is het gewoon een teken van de tijd, de jonge leeftijd van mijn studiegenoten, verlegenheid, gebrek aan sociale vaardigheden of ligt het gewoon aan mij. Het voelt vreemd, want moeilijk contact kunnen leggen ken ik nauwelijks. Voor mij was juist een van de mooie bijzonderheden van deze school dat je ongeacht leeftijd, herkomst, achtergrond etc. al heel snel, hoe beperkt soms ook, een band kreeg met je studiegenoten. Daarbij moet ik overigens niet vergeten te vermelden dat er één jongen was, die me al een paar keer had verteld hoe ‘leuk’ hij me vond, die nu ‘én public’ iets in mijn oor kwam fluisteren. Even dacht ik dat hij me ging kussen, maar dat gebeurde gelukkig niet. Het voelt een beetje ongemakkelijk zo een jongen die 50 jaar jonger is.
Natuurlijk ga je zelf wel de leerkrachten en de mensen van SC (Service Center) gedag zeggen. En natuurlijk komt dan de vraag of je volgend jaar weer komt. Een van de leerkrachten (van wie ik vorig jaar les had) complimenteerde me op mijn vooruitgang en ook een ander beaamde dat. Daardoor liep ik uiteindelijk met een okay gevoel, al was het in mijn eentje, de school uit.

En wat is er dan beter als ‘comfort food’ dan sushi. Met een mega-haibouru.




























