Toyokawa Inari Myougonji, inarizushi, Bonbai (ume bonsai)
22 februari 2026

De Inari of Myougonji tempel in Toyokawa werd vanaf de bouw in 1441, eerbiedigd door belangrijke Japanse historische krijgers zoals Oda Nobunaga, Toyotomi Hideyoshi en Tokugawa Ieyasu, die in Okazaki werd geboren.
Toyokawa Inari tempel wordt gezien als een van de drie belangrijkste Inari-heiligdommen van Japan. Dat het een tempel wordt genoemd is eigenlijk gek, want het vertegenwoordigt zowel boeddhisme (tempel) als Shintoïsme (heiligdom).
Het complex is geweid aan Inari Okami, Shinto god, beschermer van de rijstoogst, sake, commerciële voorspoed, veiligheid en geluk. Er zijn vele leuke en interessante verhalen te vinden over de god Inari en de vossen, die ook in menselijke gedaante kunnen verschijnen en wel 9 staarten kunnen hebben. De vossen zijn de boodschappers van Inari Okami.
Zondag 15 februari was echt zo een dag waarop je veel kunt doen als je in een soort flow zit. Huiswerk maken, blog schrijven, en mijn gast uit Nederland lekker lezen en relaxen.
Later naar Aeon voor de zondagse sushilunch. Bijzonder genoeg smaakte de vette tonijn dit keer beter dan half vette en de akami waar anders onze voorkeur naar uitgaat, maar dat kun je hebben met zulke verse vis. En de nieuwe versie met een vel nori, bolletje rijst en een flinke schep knetterverse zalmeitjes, wat je dan zelf oprolt, is ook niet te versmaden.

Als diner simpele tsukune, niet helemaal volgens mijn kookboek, Het recept leent zich dan ook uitstekend voor vele variaties. Dit keer met gesnipperde lenteui er doorheen en een beetje shichimi voor de pittigheid. We hadden er ‘shiny rice’ bij en na no hana (eetbare scheuten van de koolzaadplant) met sumiso, een heerlijke miso dressing.
Helaas brak met het koekje na het eten mijn achterste kies gedeeltelijk af. Er werden met schijnwerpers op de ene telefoon met de andere telefoon foto’s gemaakt van het ‘corpus delictus’ en gemaild naar mijn tandarts in Nederland. Het antwoord de volgende dag was gelukkig dat ik het zolang ik geen pijn had en het goed schoon kan houden, het rustig kan laten zitten tot ik terug ben in Nederland.
De rest van de week zette zich voort met het gebruikelijke veel studeren en huiswerk maken. Alleen had ik een ander schema bedacht om meer tijd met mijn lief te kunnen doorbrengen. Waar ik normaal na school eerst een stuk ging lopen om te ‘luchten’ ging ik nu zo snel mogelijk naar huis en mijn studiewerk doen om op een redelijke tijd klaar te zijn. Dat lukte ook aardig, vooral omdat ik ook op voorkomende momenten ‘vooruit’ had gewerkt.

En soms kom ik thuis en dan is hij er al. In de zon op het balkon.

’s Maandags had ik aan een van de leerkrachten die jarig was een uit Nederland meegebracht zakje bonbons gegeven. En dat is dan weer zo grappig in Japan, krijg ik later een prachtige bijzondere koek cadeau met een notitie eraan als dank voor de chocolade. Om de zaken in balans te houden. Er kwam meteen ook een schema bij voor vier keer op maandag een extra uur les om wat ‘vergeten’ grammatica op te halen. Samen met nog een paar andere studenten die extra aandacht krijgen voor waar men dat nodig vindt.
Het weer is lastig en koud, vooral door die vreselijke wind. Je kunt je er bijna niet op kleden. Vriendlief was een dagje uit naar een bijzondere bonsai pruimenbloesembomen-tentoonstelling in Nagahama aan het Biwa-meer. Hij kwam ’s avonds totaal verkleumd thuis, ook een beetje door een extra onnodig ritje met een verkeerde trein.
Bonsai van ume (pruim) heet Bonbai ipv bonsai. Dit heeft te maken met de uitspraak van de kanji voor 'ume'.
Witte en rose 100 jaar oude bonsai van wel 2 meter hoog, een ongeveer 60 jaar oude bonsai van ongeveer 50 centimeter hoog met fel rose bloesem en de bloesem van wat dichterbij.
En dan is het ‘s morgens ineens weer prachtig wanneer je naar school loopt. De zon op de felrode vetplantjes die in ‘mijn straat’ ruim zijn vertegenwoordigd. En natuurlijk de prachtige zwarte den die staat te glanzen in de ochtendzon.
Donderdagavond deden we een sake proeverij en aten we prachtige en lekkere yakitori, waaronder deze met shiso en umeboshi (de zoute en zure ingemaakte ‘pruimen’ die eigenlijk meer abrikozen zijn), en met wasabi erop.

Tijdens het boodschappen doen, viel me weer op dat ze hier vooral in de aardbeientijd een alternatief hebben voor slagroom en wel gezoete gecondenseerde melk, maar dan in een tube, zodat je niet zo een geklieder hebt met een heel blik waar je meestal van overhoudt.

Op school had ik uit Nederland meegebrachte kaas uitgedeeld. Met zelfgemaakte vlaggetjes erin met mijn hoofd erop in manga stijl en afwisselend de Japanse en Nederlandse vlag. Het valt me dan weer op dat daar in de klas nauwelijks op wordt gereageerd. Wel wordt er door sommigen als een wilde aangevallen op de kaas.
Zaterdag was een fantastische dag. Op allerlei gebied. Het was stralend weer, zon en weinig wind. We vertrokken al om 8.45 uur richting Toyokawa. Eerst een half uur lopen. We werden onderweg bijna van de stoep af ‘gebeld’ door iemand die daar met de fiets op reed. Een ongebruikelijke gebeurtenis. Er wordt meestal voorzichtig gebeld en dan ga je opzij. Deze man keek ons ook zo verschrikkelijk boos aan toen we hem lieten passeren. Later snapten we het. Omdat we niet meteen opzij waren gesprongen, had hij de trein gemist, want hij zat later op hetzelfde perron te wachten als wij. De Meitetsu trein ging rechtstreeks van Otogawa naar Toyokawa Inari station. Helaas was er op dit vroege uur nog niks open voor koffie.

Na een rondje lopen vonden we een zeer authentieke zaak met in zeker 50 jaar verzamelde curiosa inclusief het interieur, gerund door allervriendelijkste dames, allemaal op hoge leeftijd, waarvan er een duidelijk de baas was. We dronken er heel erg smerige, te lauwe koffie uit een of andere machine, maar gelukkig kwam er een kan thee bij op tafel en die was heerlijk en warm. De dango (gestoomde en soms ook gegrilde rijstballetjes) met een zoete en tegelijk hartige soja-achtige saus erop was best lekker.
Het groots opgezette complex van de Inari tempel in Toyokawa valt onder andere op door de lantaarns (ishitoro) van smeedijzer en graniet van enorme afmetingen, de rijen witte en rode wimpels met daartussen ontelbare beelden van vossen. Op de winpels kun je, uiteraard tegen betaling, naast de opgedrukte naam van de tempel zelf met een kwast met inkt je eigen wens/verzoek aan de goden kunt opschrijven. Verder staan er twee heilige bomen van wel 50 meter hoog. In de vijver zwemmen enorme koi karpers.
Een bezoek aan de Reikozuka, de ‘Heuvel van Heilige Vossen’, is zeker de moeite waard. Het is van oorsprong een plek waar door bedrijven geschonken/gesponsorde stenen vossenbeelden worden geplaatst en vereerd. Vossen zijn immers een symbool van Inari Okami, de god en beschermheer van onder andere de commercie. Er staan er inmiddels duizenden in allerlei maten en soorten met namen van de schenkers erop. Ik zag o.a. LaLa Bar en iets met Factory en verder het meeste in het Japans.
Lunch in het straatje vanaf de tempel in Monzencho is een feest als je van inarizushi houdt. De vossen als boodschappers uit het verhaal van Inari Okami waren gek op gefrituurde tofu. Daarom wordt inarizushi soms ook kitsune-zushi genoemd (kitsune is Japans voor vos). Als kitsune kunnen ze ook onderdeel van ramen. De gefrituurde tofu envelopjes (abura-age) worden gesudderd in een mengsel van soja, suiker en dashi en dan gevuld met sushirijst in allerlei variaties.

In Monzencho worden de envelopjes ook gefrituurd om er een soort sandwich van te maken met fijngesneden lenteui erin, een vel nori er omheen en naar wens bestrooid met wat shichimi. Echt super lekker.
Bij een restaurantje dat net open was, te zien aan de wensboeketten voor de deur, worden ze in een groter formaat gevuld en dan gegrild boven houtskool. Daarna door een soort sojasaus gerold om het nog even boven de gril af te lakken. Na afloop kregen we nog een gevouwen kraanvogeltje mee om ons geluk te brengen.
Voor culinaire informatie en recepten zie:


























